vrijdag 7 oktober 2016

Alda

Nu we na de lange zomervakantie allemaal weer vol in bedrijf zijn, proberen we ook de logistieke uitdagingen het hoofd te bieden. Wonen op een afgelegen plek heeft z'n voors en z'n tegens. Het is handig als je praktisch bent ingesteld en probeert zoveel mogelijk activiteiten en autoritten te combineren en zo weinig mogelijk tijd, energie en diesel te verliezen, al breek ik hier regelmatig mijn hoofd over. Ik las laatst ergens dat lijstjes nergens toe dienen (en zelfs stressverhogend werken), aangezien je intuïtie je precies vertelt wat je die dag te doen staat. Tant pis voor mij, ik heb overzichtjes nodig om alle geplande bezoekjes - aan supermarkt (met een apart lijstje), belastingkantoor (met de juiste formulieren), bieb (met de juiste boeken), apotheek (met het juiste recept) en verzekeringsman (etc.), af te kunnen vinken. Rob en ik houden elkaar op de hoogte van geplande tripjes aan een stad, helemaal als het De Grote Stad is - Montluçon, Clermont-Ferrand - met winkels als Lidle, Action of Decathlon, voor het geval we nog iets speciaals nodig hebben. 
Met kinderen op een afgelegen plek wonen, is verre van praktisch. Godzijdank is er de schoolbus, die iedere ochtend en middag trouw verschijnt aan het einde van ons weggetje. Ik moet er niet aan denken dat die dagelijkse ritten van en naar school er ook nog bij zouden komen. Helaas matchen de aankomsttijden niet altijd even lekker met de clubjes van de boys. Woensdagmiddag is een knelpunt. Er is die dag alleen in de ochtend school, en Viggo en Manu eten daarna in de schoolkantine en zijn om twee uur thuis. De fietstraining begint om half drie en is zeker een half uur rijden, dezelfde kant weer op en nog verder, dus eigenlijk moet ik dan met ronkende auto en ingepakte sporttas en '4-uurtjes' in de aanslag staan en dan maar hopen dat we niet achter een tuffende tractor terecht komen. Alternatief is dat ik de jongens ophaal bij de school maar dan moeten we een uur overbruggen. Dat is met het heerlijke weer deze weken goed te doen, maar het zal vast ook weer een keer gaan regenen en koud worden en dan is het niet zo leuk. Gelukkig besloot Viggo's klasgenootje Luis ook bij de fietsclub te gaan, en doe ik samen met zijn moeder co-voiturage: Zij haalt de jongens op van school en brengt ze naar de club en ik haal ze daar 's middags weer op.
Maar iets heel anders. Laatst stond ik bij school te wachten op de jongens om meteen door te gaan naar de dokter. Om hier een sport te mogen beoefenen, is een medische verklaring van de dokter verplicht. We gingen dus voor de jaarlijkse check up en de vereiste 'Certificat de non-contre-indication à la pratique d'un sport'. De begeleider bij de fietsclub had me er nog speciaal op gewezen dat er in moest staan 'y compris en compétition', dus met inbegrip van wedstrijden. Ik was ruimschoots op tijd en kletste wat met een moeder van een klasgenootje van Viggo. Het was nog erg warm voor de tijd van het jaar en vanuit mijn ooghoek zag ik een corpulente man met ontbloot en bezweet bovenlijf vanaf de overkant van de weg op ons af komen. Ik had geen idee wie hij was, en ging er automatisch van uit dat hij een kennis was van de Française naast me. Aangezien ik gefocust was op het gesprek, dit kost toch nog altijd enige moeite, had ik niet door dat hij ineens voor mijn neus stond en me begroette alsof we elkaar al jaren kenden. "Weet je niet wie ik ben?", vroeg hij verbaasd. Hij bleek de vervanger van Monsieur Bernard, de schoolbuschauffeur van Viggo in de eerste paar jaar in Frankrijk. Er ging in de verste verte geen belletje rinkelen, maar enthousiast zei ik 'Ah oui, bien sûr!', om het ongemakkelijke moment iets minder ongemakkelijk te laten zijn. Vriendelijk vroeg hij of ik mijn auto iets naar voren wilde zetten, zodat hij zijn aanhanger met hout van de oprit kon rijden. 
De afgelopen jaren is het steeds meer tot ons doorgedrongen dat het in deze dunbevolkte regio nog lang niet meevalt een beetje anoniem door het leven te gaan. Zeker niet als je, zoals wij, lokaal werken en daardoor veel mensen kennen. Iedereen kent elkaar, en iedereen praat over elkaar, zo lijkt het wel. Toen ik bij aankomst in Frankrijk Viggo voor school ging aanmelden bij de Mairie, hoefde ik niet te vertellen waar we wonen, dat wist de mevrouw achter de balie al. Ze bleek de vrouw van eerder genoemde Monsieur Bernard. Inmiddels weten we dat de vrouw die de kinderen helpt op school met eten, handen wassen, etc. de moeder is van de garagiste waar we af en toe komen, en dat zijn zoontje bij Manu in de klas zit. Van haar man heb ik een huis in de verkoop gehad. Rob heeft laatst een klus geklaard bij de grootouders van de vrouw van 'onze boer', wiens zoontje wel eens bij ons speelt. Zijn neefjes en nichtje wonen in ons dorp en zitten iedere dag met Viggo en Manu in de schoolbus. Alles en iedereen lijkt op de een of andere manier met elkaar verbonden. Dat heb je alleen niet vanaf dag één in de gaten.
Laatst was ik bij een boerenfamilie om te praten over de verkoop van een woning, toen de postbode langs kwam, en zij als vanzelfsprekend aan tafel ging zitten en ongevraagd koffie kreeg voorgezet. Ik besefte dat zij hier iedere dag minimaal tien minuten zat, en begreep ineens hoe praatjes de wereld in worden geslingerd en vermenigvuldigd en moest gelijk denken aan onze eigen postbode. Zij vertelde een tijdje geleden dat er poesjes waren geboren bij een van haar bezorgadresjes en vroeg of we eventueel geïnteresseerd waren aangezien ze niet lang meer zouden leven (terwijl ze ons veelbetekenend aankeek). Een vrouw uit een dorp verderop klaagde laatst dat 'de mensen zoveel praten'. Sinds ze weduwe is, zou ze volgens de dorpsroddels al menig minnaar versleten hebben. Dat ze dit met ons bespreekt, is waarschijnlijk omdat we buitenlanders zijn, een andere taal spreken en daardoor meer afstand hebben. Dat de verschillende nationaliteiten elkaar beschouwen als totaal verschillende entiteiten, werd me laatst weer duidelijk. Een Française wilde praten over de verkoop van haar gites, maar dit mocht nog niet aan de grote klok gehangen worden. "Althans, niet binnen de Franse gemeenschap", verduidelijkte ze. Wat ik eventueel aan de Engelsen, Belgen en Nederlanders zou vertellen, maakte haar niet uit. 
Nieuwtjes verspreiden zich hier zo snel onder meer doordat het aantal voorzieningen relatief beperkt is. Er is hier geen keuze uit een Openbare school, een Vrije school en een Jenaplan school. Je mag blij zijn als er een school enigszins in de buurt is. Dus zijn de kinderen met elkaar verbonden, en daardoor ook de ouders. We gaan allemaal naar dezelfde markt, brocantes en dorpsfeesten en dus kom je elkaar geregeld tegen. De supermarkt is de echte HotSpot, de ontmoetingsplek bij uitstek en ik kan me niet heugen in de 'Intèr' geweest te zijn zonder bekenden gezien of gesproken te hebben. In de zomer werd ik er aangesproken door een Engelsman aan wie ik vorig jaar een huis had verkocht. Ik herkende hem nauwelijks, misschien door zijn zongebruinde gezicht. "Ik zag je laatst nog daar en daar!", vertelde hij enthousiast. Met mijn Engelse collega uit de buurt sprak ik hierover en hij adviseerde de supermarkt op bepaalde dagdelen, zoals vrijdag- en zaterdagochtend en dinsdagochtend na de markt, te mijden. "Lunchtime is the best", adviseerde hij nuchter. 
Ik realiseer me dat dorpsroddels van alle tijden en alle landen zijn. Ik kom uit een klein dorp in Brabant en daar was het destijds niet anders. Vroeger kwam Alda wel eens bij ons binnenvallen. Onaangekondigd, dat kon toen nog. Zij was een alleenstaande boerin op leeftijd die haar hele leven net buiten het dorp samenwoonde met haar drie eveneens vrijgezelle broers en een zus. Meestal kwam ze voor de missie collecte, maar ze verzorgde ook de bezorging van SamSam, een (destijds) katholiek blad voor kinderen over ontwikkelingslanden. Van iedere uitgave kreeg ze 25 exemplaren opgestuurd. Wanneer er in het dorp een abonnee afviel, zorgde ze er persoonlijk voor dat er een nieuwe lezer bij kwam. Zo belandde het blaadje op een gegeven moment ook op onze salontafel. Als Alda was geweest, waren we volledig op de hoogte van de laatste nieuwtjes. Ik zal nooit vergeten hoe het kleine vrouwtje met haar vettige, grijze knotje en grote brillenglazen breed glimlachend onze keuken binnenkwam, vaak rond etenstijd, om vervolgens ongegeneerd haar neus diep in de pannen met eten te steken. Zo diep, dat mijn moeder het niet meer zo fris vond. Als mijn moeder vroeger bij de Rabobank, die toen nog een filiaal in het dorp had, Franse francs ging halen als we op vakantie gingen, informeerde de bankmedewerkster bezorgd hoe lang we van plan waren weg te gaan. "Als ge één keer getankt hebt, is't'ral dur hènne hè", en ze adviseerde om toch echt wat meer mee te nemen. Toen mijn broer op Interrail ging en naar de bank ging voor de benodigde buitenlandse valuta had de betreffende medewerkster ook meteen een heel reisschema voor hem en zijn vrienden gemaakt. Is dat bemoeizucht of juist betrokkenheid? De een zal het positief ervaren, een ander vindt het minder leuk, en de scheidslijn is soms onduidelijk. 
Wij stelden laatst vast dat de plek waar we nu wonen heel veel vrijheid en privacy biedt, wat we in zekere zin misten in Nederland. Maar eenmaal buiten de deur ben je niet langer anoniem, terwijl we dat in Nederland wel waren, of in ieder geval veel meer. Meestal is het leuk en gezellig om bekenden te ontmoeten, maar soms ben je druk en wil je snel je lijstjes afwerken. Dan is het fijn om op je eigen eilandje te wonen, waar de muziek keihard aan kan en je de hele ochtend in je pyjama kunt lopen als je daar zin in hebt. En dan maar hopen dat er niemand net die ene ochtend spontaan langskomt of een pakketje af komt leveren.

C'est partie, de renovatie van het broodbakhuisje.







Buurjongetje Theo op bezoek.

Bezoekje aan het ieder jaar weer geweldige Forêt Follies, een groot festival in de bossen bij Gueret.













Heerlijke herfst lekkernijen, zoals verse tomatensoep en  bramentaart.




Manu wilde een 'echt kapsel'.....kleine jongetjes worden groot!

maandag 5 september 2016

Madame G.

Vanaf het eerste moment steelt ze mijn hart. Madame G., 73 jaar, woont op slechts tien autominuten bij ons vandaan, samen met haar tachtigjarige echtgenoot in een boerderij waarvan het woongedeelte is opgesplitst. In het andere deel woont haar dochter met haar man. Dochter heeft de boerderij met Charolais runderen en zestig hectaren land overgenomen en runt deze nu in haar uppie, wat volgens Madame G. 'la folie' is. Gekkenwerk. Maar ja, manlief is niet geïnteresseerd in het boerenbedrijf, alhoewel hij als ingenieur bij de plaatselijke melkfabriek ook in de agrarische sector werkt. 
Madame G. is een pezig, klein vrouwtje, en telt - zo schat ik - hooguit 45 kilogram. Haar rug is flink gekromd, misschien het resultaat van een hardwerkend boerenbestaan, waardoor ze haar hoofd omhoog moet richten wil ze me kunnen aankijken. Ze ontroert me door haar veerkracht, haar vrolijkheid en het meisjesachtige dat ze na een lang leven niet verloren heeft.
Het erf tussen woonhuis met aangrenzende stal aan de ene kant en een ruime hangar met voornamelijk hooibalen aan de andere is rommelig. Blaffende honden, poezen, landbouwmachines groot en klein, afval, alles ligt en loopt door elkaar heen. Madame G. heeft me benaderd voor de verkoop van een leegstaande boerderij in een naburig dorpje, dat ze geërfd heeft van een ongehuwd familielid. Ze hoorde over Leggett via een kennis, ook een gepensioneerde boerin, die haar boerderij wist te verkopen aan een gescheiden Engelse piloot met naar eigen zeggen twee rechterhanden, die in het vervallen huis een leuk klusproject vond. "Je moet haar bellen", had de kennis gezegd, en uitgelegd dat les étrangers interesse hebben in dit type vervallen boerderijen, in tegenstelling tot veel Fransen die voor het bedrag van aanschaf en renovatie liever een nieuw huis bouwen. 
Met het verkoopmandaat in handen betreed ik de eenvoudige woonkeuken, en neem plaats aan de houten eettafel die bedekt is met een kleurig plastic tafelkleed. Madame G. heeft geen internet en een e-mail adres is haar vreemd. In deze vergrijsde regio is dit heel gebruikelijk, en normaliter stuur ik in zo'n geval de documentatie op per post, maar aangezien ze zo dichtbij woont, ga ik persoonlijk even langs. Met bibberende hand tekent ze de papieren, en leidt ze de hand van haar slechtziende en slechthorende echtgenoot naar de plek waar de handtekening moet komen staan, terwijl ze me aankijkt met een blik die het midden houdt tussen wanhoop en liefdevolle acceptatie. Het loopt inmiddels tegen twaalven, en madame G. zet haar hand aan de mond en kijkt me vragend aan. "Petit apéro?", vraagt ze met een ondeugende blik. Hoewel ik overdag liever niet drink, lukt het me niet dit aanbod af te slaan. We klinken de glazen en proosten op een snelle verkoop.
Het boerderijtje dat verkocht moet worden is in redelijke staat en heeft een gezellige cour, met aangrenzend een overzichtelijk en volledig ommuurd stukje land van een kleine duizend meter. Bij binnenkomst waan je je direct zeventig jaar terug in de tijd. Er staat een ouderwetse cuisinière die het huis destijds warm moest houden. Er is een soort van bedstee en achterin enkele duistere ruimtes die als opslag voor etenswaren hebben gediend. Er is geen stromend water; het drinkwater komt uit een waterbron. De vloer van de woonkamer is door en door verrot en niet te betreden. Er is hier werk aan de winkel, maar het is geen groot huis en er valt zeker iets moois van te maken. Ik heb geregeld bezichtigingen en zonder uitzondering valt het huis in de smaak. Een bod blijft echter uit. Dan ontvang ik een mail van een Schotse klant, een alleenstaande man die binnenkort afscheid neemt van zijn jarenlange werk op booreilanden, en nu een  DIY (Do It Yourself) project zoekt en hij zich als nieuwbakken pensionado niet hoeft te vervelen. Na enkele vragen per mail beantwoord te hebben, en nadat er wat prijzen heen en weer zijn gegaan, besluit de Schot het huis ongezien te kopen omdat hij pas later in het jaar naar Frankrijk kan reizen. Madame G. begijpt er helemaal niks van, dat iemand zoveel geld uitgeeft aan iets dat hij niet heeft gezien, en vraagt meerdere keren of het allemaal wel in de haak is. Ik op mijn beurt kan niet anders dan uitleggen dat ik het persoonlijk ook niet snap, maar dat het wel vaker voorkomt en dat de klant de indruk geeft eerlijk en serieus te zijn. Omdat bovendien kopers niet voor het oprapen liggen, besluiten we hem het voordeel van de twijfel te geven en ik verzamel alle informatie en paperassen voor het compromis de vente. Op een regenachtige ochtend komt madame G. aan tuffen in een oude Citroën waar ze wel tien keer in past. Ze heeft de benodigde documenten bij elkaar gezocht en besloten deze persoonlijk af te leveren. "Dat gaat veel sneller dan de post", verklaart ze, maar ik vermoed dat ze ook nieuwsgierig is naar onze woonplek. Een paspoort of identiteitskaart heeft het echtpaar niet; daarvoor in de plaats geeft ze me haar rijbewijs. "We zijn de Creuse nooit uit geweest", giebelt ze.
Helaas gaat het toch mis. Nadat het contract naar Engeland is gestuurd, is er nog een keer contact met de Schot die belooft de papieren snel te tekenen en terug te sturen. Maar we ontvangen niets, en sindsdien lijkt hij van de aardbodem verdwenen. Hij reageert niet op mails en zijn telefoon staat altijd uit. Een bizarre situatie, en madame G. is diep teleurgesteld. 
Gelukkig hoeft ze niet lang te treuren want een nieuwe gegadigde dient zich snel aan. Opvallend genoeg opnieuw een vrijgezelle Engelsman die in het verre buitenland heeft gewerkt en binnenkort van zijn pensioen mag gaan genieten. Hij heeft het huis op internet gezien en meteen een afspraak gemaakt voor een bezichtiging. Alleen voor dit ene huis, vreemd genoeg. Als ik hem ontmoet, verklaart hij dat het huis iets met hem doet, in tegenstelling tot alle andere panden die hij digitaal bekeek. Enkele dagen later volgt een telefonisch bod, en na wat onderhandelen is er voor de tweede keer overeenstemming. Bezorgd vraagt madame G. wat er moet gebeuren met alle spullen in het huis, en met name in de stal, en is blij verrast als ze hoort dat ze alles mag laten liggen waar ze zelf geen waarde aan hecht. De Engelsman op zijn beurt kan niet wachten tot hij in de spullen kan duiken, oude meubels, gebruiksvoorwerpen, en zelfs een stokoude Renault 4 verstopt onder een stoffige deken, en zo een beeld te krijgen van het dagelijkse leven in vroegere tijden en waarschijnlijk stiekem hopend op een bijzondere schat in welke vorm ook
Na een paar maanden kan er definitief getekend worden, en dreigt het weer mis te gaan als ik een dag voor de 'signature' een telefoontje krijg dat de notaris het geld niet heeft ontvangen. Ik probeer de Engelsman te bellen maar krijg hem niet te pakken. Ik besluit af te wachten en madame G. nog niet in te lichten. Het komt vast goed en ik wil niet dat ze zich nodeloos zorgen maakt. Dan komt het verlossende telefoontje: Mijn klant blijkt op het kantoor van de notaris te zijn voor de betaling, alleen lukt dit niet om allerlei technische redenen. Om de zoveel minuten komen er wanhopige en gefrustreerde app's van hem binnen. Rond het middaguur belt hij om te zeggen dat het nog altijd niet is gelukt, maar dat het voltallige kantoorpersoneel desondanks en tot zijn grote verbazing is vertrokken voor de lunch. Later in de middag lukt het alsnog, en begrijp ik dat hij al met al zo'n zes uur op het kantoor heeft vertoefd. 
De volgende dag heb ik met hem afgesproken bij het huis om de meterstanden op te nemen, en tot mijn verrassing komt madame G. ook nog even langs alvorens we naar de notaris gaan. Ze heeft haar zondagse jurk aan, en de kapper heeft krullen gezet en een kleurtje toegevoegd. Ze ziet er uit om door een ringetje te halen. De twee hebben elkaar nog niet eerder ontmoet, en madame G., niet groter dan 1.55 meter, schudt de Engelsman, zeker 1.90 meter, uitgebreid de hand terwijl ze alle tijd neemt hem in zich op te nemen. Zoveel warmte en aandacht is de gereserveerde Engelsman niet gewend en hij wordt er zichtbaar verlegen van. Of hij het echt niet erg vindt dat het huis niet leeg is, vraagt ze en moppert dat ze niet dezelfde taal spreken wat het leven zoveel makkelijker zou maken. Dan troont ze hem mee naar het oude broodbakhuisje, dat in de tuin aan de straatkant staat en tot voor kort in goede staat was. De gestapelde stenen aan de achterkant hebben een opdonder gehad, zoveel is duidelijk, want de achterkant staat zo'n beetje op instorten. Boos vertelt ze hoe een boerin uit de omgeving het huisje heeft geraakt met de tractor, maar dat ze met de verzekering heeft geregeld dat de schade wordt hersteld. De Engelsman hoort het glimlachend aan en lijkt het niet heel belangrijk te vinden, terwijl Madame G. uitgebreid haar verontwaardiging uit over de boerin die nota bene gewoon was doorgereden alsof er niets was gebeurd.
In de wachtkamer bij de notaris zoekt madame G. zuchtend en steunend naar Engelse woorden, maar al snel geeft ze op en vervolgt in het Frans dat ze zelf regelmatig in het gehuchtje van de boerderij is aangezien haar dochter daar nog land heeft. Of ik wil vertalen dat hij dus niet alleen is. "That's fine", antwoordt de Engelsman beleefd, en ik vermoed dat hij juist heel erg graag alleen is. Ik vertaal braaf wat ze zegt, en heimelijk geniet ik van deze 'clash of culture'. Een uurtje later is de koop bekrachtigd met de handtekeningen en verlaten we het notaris kantoor. Inmiddels is het gaan regenen en nadat Madame G. haar echtgenoot in de auto heeft geholpen, houdt ze haar jas boven haar kapsel, uit angst dat haar nieuwe krullen plat regenen. Met weemoed neem ik afscheid, nadat ze meerdere keren herhaald heeft dat we altijd welkom zijn voor een apéro. Dan wijs ik de nieuwe Engelse inwoner van de Creuse de weg naar de déchetterie (vuilstort). Daar zal hij de komende tijd nog vaak komen. Pas als het huis leeg is, kan hij beginnen met de renovatie en opbouw en wordt het boerderijtje nieuw leven ingeblazen. Onder toeziend oog van madame G. Of hij dat nu wil of niet.

Met een gote graafmachine ruimen we de hopen grond op achter de schuur, die jaren zijn blijven liggen na het aanleggen van de septic tank.


Le terrain plat! Nu nog inzaaien en dan ziet het er weer prachtig uit.

Zomervakantie! Inmiddels is electronica ook voor de kinderen ons huis binnengedrongen en is dit het nieuwe 'straatbeeld'. Hier met de kleinzoon van de buurvrouw.

Door de vele regen in het voorjaar waren nieuwe drainage werkzaamheden noodzakelijk.


Dat betekent opnieuw heel veel graven.

Als we toch bezig zijn....het voormalige broodbakhuisje achterin de tuin wordt voorzien van elektra.

 
Nieuwe drainage van de oude waterput naar een opslagbassin in de tuin. Hier kwam vroeger het drinkwater uit voor het huis en de koeien.

Herstellen van de wand van de oude waterput.

 
Nationale feestdag 14 Juillet! Jaarlijks feest met vuurwerk bij l'étang Neuf in Dontreix.


Regelmatig gingen we deze zomer naar La Naute voor muziek optredens.

En naar La Ramade om te zwemmen en varen.

Wandelen rondom het prachtige vogelgebied  Réserve Naturelle Nationale de l’étang des Landes in Lussat, hier met opa en oma die een weekje op bezoek kwamen.
Er zijn verschillende uitkijkposten.




Eindelijk heb ik 'm op beeld: de Hop die regelmatig in onze tuin verblijft.

Gezellig eten met de familie (broer Luc en gezin inmiddels ook gearriveerd) bij La Vallée Gourmande in Saint Silvain Bellegarde.

Het broodbakhuisje achterin de tuin staat al jaren op instorten en met hulp van de familie breken we de dakconstructie af om er binnenkort een nieuw dak op te plaatsen en het terreintje af te zetten voor kippen en misschien een paar varkentjes. Pour le plaisir, en voor verse eitjes!




We vinden oude gebruiksvoorwerpen voor het bakken van brood.


Geen speelgoed zo intensief gebruikt als de kleine goals. De hele zomer is er druk gevoetbald en Manu gaat in september de voetbalclub in Auzances onveilig maken. Viggo stapt over van judo naar wielrennen/mountainbiken in Evaux les Bains.
 

Ook kregen we bezoek van mijn nichtje en haar gezin met twee jongens in dezelfde leeftijd als Viggo en Manu. Heel gezellig!

Onderweg naar Espagne!

Vakantie in Calig, aan de Spaanse kust boven Valencia, waar we verbleven op de Franse camping l'Orangeraie.

IJsje nummer.......en intussen Olympische Spelen kijken.

Valencia!



Strand bij Valencia.

Sant Mateu.


Nationaal natuurpark Ebro Delta, een belangrijk natuurgebied in Spanje en het grootste deltagebied van Catalonië. Het telt 320 km² en bestaat uit moeraslanden, rijstvelden, vele kanalen en de rivier de Ebro.

Hier vinden we ook betrekkelijk rustige strandjes waar we door de hitte dagelijks vertoeven, hier in onze 'stamkroeg' op het strand.




'Gij zult smeren'.

Mmmmmmmosselen!

Een camping zonder bingo is geen echte camping. Viggo en een Frans vriendinnetje geven het goede voorbeeld.


Bezoek aan de prachtige stad Tortosa.


Wat is het toch dor en droog.....alleen daar waar geknoeid wordt met water groeit er een beetje gras.

Prachtige Flamenco danseressen op de camping.

Met alle vriendjes en vriendinnetjes hangen in het peuterbad.

En dan weer alles opruimen voor vertrek. Toch een hoop heisa....of nemen we gewoon te veel mee??


De indrukwekkende brug van Millau zien we voor het eerst.
Op de camping hebben de boys badminton ontdekt, thuis spelen ze nog even verder.

En nog meer bezoek, van oud-collega Leo en zijn vrouw, op doorreis naar Spanje.
Langzaamaan weer denken aan school, en hoogste tijd om oude schoolspullen op te ruimen. Nog een hele klus.

En in het staartje van de zomervakantie zus Ingrid en gezin, op doorreis van Portugal naar NL.

'Op avontuur' met 'boswachter Rob' bij camping Moulin des Jarasses.

Hier zou een vis moeten zitten......

Hoogwerker wordt weer eens uit de stal gehaald voor wat werkzaamheden.